4 vijven… Iedereen excellent

Afgelopen week werd bekend gemaakt hoe de NWO instituten het ervan af hebben gebracht in de vijfjaarlijkse evaluaties. Het doel van de evaluaties is simpel. NWO probeert een beeld van de productie en wetenschappelijke impact van haar instituten te krijgen, en de verschillende groepen en divisies te vergelijken met vergelijkbare internationale groepen. De acht NWO instituten zijn ASTRON, CWI, NIOZ, NSCR, SRON, AMOLF, DIFFER en Nikhef.

In alle evaluaties wordt het nationale Standaard Evaluatie Protocol 2009-2015 (SEP) gevolgd. Het SEP kent vier beoordelingscriteria: kwaliteit, productiviteit, haalbaarheid/vitaliteit en maatschappelijke relevantie. Voor ieder instituut is een aparte commissie ingesteld die aan de hand van een zelfevaluatierapport en bezoek aan het instituut een beoordeling opstelt.  De evaluaties worden uitgevoerd door panels van internationale specialisten, die in twee dagen een enorme berg aan informatie over zich heen krijgen, variërend van technisch en wetenschappelijk inhoudelijk, tot statistieken over het aantal publicaties, de impact daarvan, het aantal vrouwen in het instituut, financiering, lijsten met internationale projecten met internationale projecten, de Hirsh-indices van de vaste wetenschappelijke staf, contracten voor grote faciliteiten, en nog veel meer.

You name it, they’ll have to process it.

Alle NWO instituten zijn door de internationale panels als excellent beoordeeld. Hier is de link naar de evaluatie rapporten. Voor mijn instituut, DIFFER was dit het eerste moment dat de nieuwe strategie (omschakeling naar Funderend Energie Onderzoek) tegen het licht gehouden werd. De strategie wordt door het internationale panel ondersteund. Zelf ben ik blij dat het werk van mijn groep, de actieve controle van verstoringen in kernfusie plasma, expliciet genoemd wordt als een van de hoogtepunten van het instituut.

Een dergelijke evaluatie is altijd een heel belangrijk moment voor een instituut. Maar dit jaar was het belang wel bijzonder groot. NWO moet ondanks de uitmuntende prestaties een bezuiniging op het basisbudget van de instituten van in totaal 1,1 miljoen euro per jaar doorvoeren.

Voor het uitvoeren van de missie en nationale coördinerende rol zullen de instituten zich extra moeten inspannen voor het verwerven van additionele middelen via (inter)nationale competitie en verdere kostenreductie door strategische allianties moeten bewerkstelligen.

In principe zou de evaluatie gebruikt kunnen worden als objectief instrument om de bezuinigingen te motiveren. Maar als alle instituten excellent zijn, differentieert een dergelijke evaluatie niet. Ik zou niet graag in de schoenen van de beleidsmakers staan die de bezuinig moeten doorvoeren.

Advertenties

Over Marco de Baar

http://de.linkedin.com/pub/marco-de-baar/5/141/b33
Dit bericht werd geplaatst in Hall of fame en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

9 reacties op 4 vijven… Iedereen excellent

  1. SF zegt:

    Gefeliciteerd met de goede evaluatie.

    Overigens de eerste keer dat ik een 5+ score heb gezien. Geeft naar mijn mening wel weer aan dat de evaluatieschaal niet meer voldoet. Wat heb je eraan om een schaal van 1 tot 5 te gebruiken als er alleen 4’en en 5’en (ok, af en toe ook een 3) gescoord worden?

  2. De evaluaties die ik wel eens heb gelezen, leken mij speltheoretische rampen. Als je zes universiteiten hebt waar geschiedenis wordt gedoceerd, die elkaar moeten beoordelen, is er een dijk van een bonus op het geven van positieve beoordelingen; immers, als je een negatief oordeel geeft, kan de ander jou negatief beoordelen. Als de overheid tegelijk bezig is met bezuinigen, en duidelijk maakt dat een organisatie die de norm niet haalt, wordt wegbezuinigd, is het voor alle betrokkenen zinvol om elkaar de hemel in te prijzen. Ik vermoed dat dit het “coördination game” is, en dat dit ook het mechanisme is waardoor concurrerende ondernemingen prijsafspraken gaan maken (zoals in de bouwfraude-enquête). Ik weet te weinig van speltheorie om er precies de vinger achter te krijgen.

  3. SF zegt:

    Jona, het ligt iets genuanceerder.

    De commissies bestaan voornamelijk uit internationale (niet rechtstreeks betrokken) experts. Vaak worden alle universiteiten in één discipline (bijvoorbeeld de zes universitaire opleidingen geschiedenis) door dezelfde commissie beoordeeld. De Nederlandse universiteiten kunnen elkaar dus niet direct bevoordelen.

    Impliciet vindt er ook in deze situatie natuurlijk nog steeds wel wat bevoordeling plaats (zoals bij eigenlijk alle peer review); Nederlandse historici zullen bijvoorbeeld ook wel eens in het buitenland in een evaluatiecommissie zitten.

    • Dank SF! In dit geval waren de commissies niet het zelfde voor de instituten. Dat zou een bias verschuiving kunnen geven, maar die is door de verzadiging natuurlijk niet meer uit de data te halen ; – )

  4. Ik wist dat de hier besproken visitatie internationaal; het ging me ook eigenlijk minder om deze beoordelingen, dan de rapporten die ik voor geschiedenis heb gezien. Het zijn gewoon collega’s die elkaar beoordelen; ik kende bijna iedereen persoonlijk. De enige manier om het mechanisme dat ik beschrijf te breken, was dat men ook een classicus had gevraagd om over geschiedenis te oordelen. Om de door Marco beschreven evaluaties maak ik me niet zo’n zorgen, wel om de letterenfaculteiten die wetenschapje lopen te spelen en in alles de grote broers nadoen, zonder precies te begrijpen waarom het gaat.

    En nu een borrel en een sigaar, en het weekend beginnen. Marco: heb het goed in Berlijn!

  5. “dat de de hier besproken visitatie internationaal WAS”. (Weekend blijkbaar al in in mijn bol.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s