Wetenschappers in de media. De stereotypen voorbij.

Dit filmpje van een arme ‘marine biologist’ zegt alles. De regiseur had bedacht dat het goed zou zijn om het interview onder water te doen, om de wetenschapper in zijn ‘natural habitat’ te filmen. Hierdoor ontstaat een spanning tussen de kwaliteit van het beeldmateriaal en de informatie. Blijkbaar was de regiseur bang dat een gewoon interview met de wetenschapper niet spannend genoeg zou zijn, en dat er wat extra ‘oomph’ nodig was om het interview prikkelend en boeiend te maken. En blijkbaar ging de wetenschapper hier graag op in.

Waarom? Laat mij eens speculeren…

Wetenschapscommunicatie is verschrikkelijk moeilijk. Dit komt onder meer door het wederzijds onbegrip tussen de wetenschappers en de media, waarbij drie vooroordelen een rol spelen over

  • wetenschap,
  • wetenschappers en
  • het publiek.

Eerst kritiek op mijn vakbroeders. Wetenschap vindt plaats op de grens van het bekende en het onbekende. Op een systematische manier proberen wetenschappers vanuit het bekende het onbekende te onderzoeken. Voor veel wetenschappers is dit the single thrill van hun werk. Ze willen daarom spreken over hoe de kennisgrens is verlegd door hun werk. Maar kennisgrensverleggen is een ‘aquired taste.’ Je moet namelijk al een flinke vakkennis hebben ontwikkeld om op dit te begrijpen. Het publiek kent de kennisgrens echter helemaal niet, en kan dus niet geinteresseerd zijn in het verleggen ervan.

Het publiek wil andere zaken weten en begrijpen. Om een idee te geven hoe ver de verwachtingen uit elkaar kunnen liggen: Een collega van mij gaf eens een rondleiding aan een groep Duitse huisvrouwen bij de tokamak TEXTOR in Jülich. Een van de dames wilde weten hoe je “zo’n ding nu schoonhoudt” en “hoe vaak er gestofzuigd wordt.”

Dan kritiek op journalisten: Als u mij twee, zeer vergelijkbare voorbeelden toestaat: Dit jaar zijn er twee elementaire deeltjes ontdekt met  eigenschappen die consistent waren met het majoranadeeltje en het Higgs boson. Een uitleg over de methode die zal leiden tot de uiteindelijke identificatie van de deeltjes is net zo spannend als het resultaat, of de toepasbaarheid daarvan. In de berichtgeving bleef -door gebrek aan expliciete inhoudelijke kennis van de interviewer- de discussie vaak hangen op het niveau van de algemene context van het onderzoek, en de vraag ‘wat we er nu precies aan hebben’ en ‘of het niet gevaarlijk is.’ Soms zijn dit hele legitieme vragen, maar vaak ook niet.

Wat hebben we eraan? Als Leo Kouwenhoven gevraagd wordt naar naar  mogelijke toepassingen op het gebied van quantum computing is dat heel relevant. Het project dat leidde tot de vondst is immers deels door Microsoft is gefinancierd, met de expliciete verwijzing naar een mogelijke toepassing op dit gebied. Bij de recente waarschijnlijke ontdekking van het Higgs Boson is die vraag veel minder to the point.

Is het gevaarlijk? Toen de Large Hadron Collider van CERN voor het eerst aangezet zou worden, werd een aantal news flashes uitgezonden over de mogelijkheid van de vernietiging van de aarde ten gevolge van zwarte gaten die in LHC gecreeerd worden, en zouden groeien.

Hoe kwamen journalisten op deze bizarre ideeen? Ze hadden het immers niet zelf doorgerekend. Een obscure club, de LHCDefense onder leiding van de botanist Walter L. Wagner zocht de publiciteit met waarschuwingen. Maar de journalisten hadden zich beter moeten voorbereiden. Al in 1999 had Wagner een briefwisseling met de latere Nobelprijswinnaar  Frank Wilczek in het blad Scientific American over de risico’s van versnellers. Een committee had al veel eerder zijn claims terzijde geschoven.

In deze hilarische comedy van John Oliver (Daily show with John Steward) worden fysicus John Ellis en Walter L. Wagner geinterviewd. John Oliver speelt de sceptische interviewer die het verhaal van Ellis niet begrijpt en niet gelooft. Walter. L. Wagner krijgt uitvoerig de gelegeheid om eens goed uit te leggen waarom de kans op de destructie van de aarde ongeveer 50-50 is.

Hoewel pure comedy, het fragment uit de Daily show is veelzeggend. Wetenschappers moeten -of ze het nu willen of niet- vooroordelen ontzenuwen en die vooroordelen staan tussen hun en hun boodschap in. En dit zijn niet alleen vooroordelen over de wetenschap. Door een herhaalde stereotypering (in de literatuur, films, stripboeken, talk,- of comedyshows) rijpen vooroordelen over wetenschappers in het collectieve bewustzijn.

De stereotype wetenschapper is nogal wereldvreemd, of juist geniaal-maar-op-de-grens-van-krankzinnig, verstrooid en ondoelmatig, sociaal linkshandig,  autistisch, a-sexueel, ijdel, psychopatisch, of een combinatie daarvan. Het recentste voorbeeld is de prachtige comedy ‘the big bang theory.’ Alle hierboven beschreven clichees zijn verenigd in vier nerds.

De media zoeken zelf ook naar bevestigingen van de stereotypen. Dat hoeft zeker niet slecht te zijn. Hier is het tweede college van Walter Lewin in DWDD, waarin hij uitlegt hoe Rayleigh scattering werkt. Lewin heeft zijn fameuze regenboogshirt aangetrokken, is nogal contact gestoord, maar is ondertussen wel ENORM goed op dreef, charismatisch en entertaining. Wetenschappers zijn zich bewust van de vooroordelen en proberen vaak, bewust of onbewust, om deze te ontkrachten.

Een tweede vooroordeel werkt in de andere richting: Wetenschappers moeten zich een beeld vormen van het ‘algemene publiek’ en maken daarbij vaak grove inschattingsfouten. Dit wordt versterkt door TV makers, die ook vooroordelen hebben over de moeilijkheidsgraad van de materie, en de aandachtsspanne die het publiek daarvoor wil opbrengen.

Een heel belangrijke overweging is de volgende: Juist omdat de wetenschap zich op de grens van het bekende en het onbekende afspeelt zijn methodische en instrumentele aspecten net zo belangrijk als de uiteindelijke conclusie. De wetenschapper moet dus een balans zoeken tussen de feiten en overwegingen, conclusies en vragen, en de didactiek en nieuwswaarde. Deze keuze is in de kern een reflectie van de aannames die de wetenschapper doet over het algemene publiek. Vaak wordt het publiek een beetje onderschat, maar niet altijd … Hier legt Sheldon uit aan Penny wat fysica is.

De onderschatting van het publiek kan leiden tot pijnlijke TV waarin complexe materie op een te eenvoudige manier in twee minuten moet worden uitgelegd , en waarbij wetenschappers (En niet de eerste de beste!) met legoblokjes of bruine suiker in de weer gaan. Begrip me niet verkeerd: Ik vind het een plicht van wetenschappers dat ze aan het algemene publiek uitleggen wat ze doen, en dat ze hun best doen om het begrijpelijk te maken. Maar net zo belangrijk is dat ze daar dan wel de kans voor krijgen. Als er geen tijd is om iets goed uit te leggen, begrijpt na afloop echt niemand meer waar het om gaat. En dan zijn dat alle vooroordelen bevestigd: Moeilijk, want niet begrepen. Zinloos en vreemd, want met suiker en balletjes gekuntseld.

Maar het kan ook anders. Een aantal strategieën is mogelijk.

-1- Cut out the scientist. Gebruik moderne computer graphics om in aansprekende animaties aan het publiek uit te leggen waar het om gaat. Om het maar op het punt te brengen: Waarom met bruine suiker en ping-pong ballen in de weer gaan, als je net zo goed prachtige animaties zoals deze of deze kunt tonen om uit te leggen wat het Higgsveld is? Animaties lenen zich ook perfect voor wat meer kunstzinnige presentaties waarin ook de nieuwe vragen en onzekerheden  of beeldschone beelden verwerkt kunnen worden.

-2- Show star scientists. In deze age of stardom moet ook de wetenschap haar sterren hebben. Fameuze voorbeelden zijn Michio Kaku, Stephen Hawkings, Richard Feynman, en Brian Cox. Tot mijn grote vreugde komen in de ‘Daily show’ met John Steward regematig wetenschappers die niet aan de bovengenoemde vooroordelen voldoen en makkelijk en to the point praten over hun vak. Een mooi voorbeeld: Neil DeGrasse Tyson.

De sterren worden continu gevraagd om in programmas te verschijnen, om over hun vak te spreken, maar veel vaker om te spreken over van alles en nog wat. Ze worden getoond met andere sterren en mogen speculeren over filosofie, religie, sociale wetenschap, goede vragen, de energiemix, buitenaards leven en ‘the alien invasion.’ Ook wordt hun priveleven belicht, en worden ze getoond in hun band, of trommelend op een bongo. De stars worden zo bekend dat er zelfs spoofs verschijnen.

-3- Take your time to explain what’s happening. Een beproefde methode is een hoogleraar college te laten geven aan het algemene publiek. In de Angelsaksische wereld is er een lange traditie op dit vlak. Er zijn de fameuze Royal Institution Christmas Lectures met vooraanstaande lecturers, Brian Cox (alweer) heeft een prachtige college voor GCSE scholieren gegeven, en er is nog veel meer.

In Nederland sloeg heel recent het college van  Robbert Dijkgraaf in DWDD erg goed aan. Dat college was erg goed, en het was een verademing dat er gewoon eens een keer de tijd werd genomen om de ideeen en waarnemingen rustig uit te leggen. Dan zijn er initiatieven om op festivals aandacht te besteden aan wetenschap. Voor zover ik weet is dit gestart op Lowlabs, en was dat zo’n succes dat de zwarte cross, en Brabant Open Air dit jaar het initiatief volgen.

-4-Put excellent classes on the  web. Veel grote universiteiten zetten colleges op het web. Persoonlijk ben ik onder indruk van de lectures van Leonard Susskind, een nogal morsige, met volle mond pratende, zijn zinnen niet afmakende, theoretisch fysicus. Maar pas op. Hij legt geweldig rustig uit, en er lijkt heel lang niets te gebeuren. En plots staat er dan een geweldig diep inzicht op het white board. In dit college mompelt Susskind wat triviale dingen over rotaties, over sinussen en cosinussen… en plots staat de Lorenz transformatie op het bord.

-5- Use new media for science communication. De nieuwe media bieden ook nieuwe kansen, blogs en video channels. Wetenschap 101 is erg leuk, en er zijn er op het web meer wetenschapschannels te vinden.

Hoe je het ook doet, ik denk dat de essentie van de geslaagde voorbeelden is dat de wetenschappers hun publiek vertrouwen, en vice versa. Hierdoor ontstaat rust, en kan de tijd wordt genomen om het publiek mee te nemen naar de grens van het onbekende. Eenmaal daar aan gekomen op een rustige en systematische manier, kunnen vragen worden gesteld, en het enthousiasme worden overgedragen.

Over Marco de Baar

http://de.linkedin.com/pub/marco-de-baar/5/141/b33
Dit bericht werd geplaatst in Reflectie en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s