Menno Laurets thesis (1)

Door Menno Lauret, oorspronkelijke versie hier.

Na 4 jaar werken is mijn thesis af en gedrukt als boek en langzamerhand deel ik dit boekje uit. Omdat het boekje in het Engels is en omdat de onderwerpen behoorlijk lastig en wiskundig zijn, wil ik hier proberen om mijn werk op een toegankelijkere manier uit te leggen zodat mensen die naar mijn verdediging komen ook begrijpen waar het over gaat.

Eigenlijk gaat vrijwel alle werk over vloeistofstromingen en plasma’s. Iedereen weet wel wat vloeistofstromingen zijn, je komt ze tegen in rivieren, oceanen maar ook in de badkuip als je het bad leeg laat lopen. In de techniek is het begrijpen van stromingen belangrijk. Bijvoorbeeld om auto’s aerodynamischer (en zo zuiniger) te maken, om pijpleidingen goed te ontwerpen of om te snappen hoe de vleugels van het nieuwste Airbus vliegtuig eruit moeten zien (niet onbelangrijk dat ze goed werken als je op vakantie gaat). Maar er zijn ook minder voor de hand liggende toepassingen: bijvoorbeeld het mengen van vloeibare polymeren (plastics) zodat ze de juiste kleur en sterkte hebben, maar ook het mengen van bloed met chemische stoffen in laboratoria zodat gezien kan worden wat er allemaal in het bloed zit en of de patient gezond is. Over dit mengen van vloeistoffen en het werk wat ik daar aan gedaan heb wil ik in de volgende blog post spreken.
Maar als voorproefje alvast twee plaatjes waarin je kunt zien hoe het eruit ziet. Het eerste plaatje laat het mengen van twee kleuren verf zien en het tweede plaatje de favoriete mixer van mijn vriendin…  Ik mocht deze echter jammer genoeg niet gebruiken voor mijn experimenten…

Ik vernoemde zojuist echter dat ik aan ook `plasma’s’ werk. Wat wil dat zeggen, `een plasma’? Heeft dat iets te maken met plasma tv’s? Of met bloedplasmas in het ziekenhuis? Het klinkt nogal als science fiction. In de natuurkunde is een plasma eigenlijk gewoon een gas dat heel erg heet is. Vanwege die hitte kan elektrische stroom door de lucht heen lopen. Met de bloedplasmas in een ziekenhuis heeft het dus helemaal niets te maken. Herkenbare voorbeelden van plasmas zijn tl-lampen die een plasma in de glazen buis hebben. Juist omdat het een plasma is kan de stroom van de éne kant van de buis naar de andere kant lopen! Dit gebeurt niet zolang er gewone koele lucht in de tl-buis zit, daarom moet de tl-buis dus altijd even opstarten, om van het gas een plasma te maken! Ook in een plasma tv zitten eigenlijk kleine lampjes  die, net zoals een tl-buis, een plasma kunnen maken en daardoor licht geven. Een voorbeeld uit de natuur is bliksem, de stroom gaat ook hier weer door de lucht.

Maar waarom zijn plasma’s interessant en belangrijk? Alleen maar voor lampen? Ondanks dat ze nog maar een goede 50 jaar onderzocht worden blijkt de laatste jaren dat ze ook voor allerlei andere zaken heel nuttig kunnen zijn. Zo kunnen ze helpen bij het herstel van zieke huid, ze worden bij ASML gebruikt om een heel sterk licht te maken waarmee snellere computerchips gemaakt kunnen worden maar voor mij het belangrijkste is kernfusie.

Om fusie uit te leggen begin ik bij de zon. We weten allemaal dat de zon licht en warmte geeft en dat al heel lang doet. Hoe gebeurt dat? Soms zeggen mensen dat er een kernreactie in de zon gebeurt. Maar het is niet zoals een kerncentrale waar ze zware atomen splitsen en hierdoor energie opwekken. In de zon gebeurt het tegenovergestelde. Er zijn een heleboel lichte atomen en die komen door de grote druk heel dicht bij elkaar totdat ze zo op elkaar geperst zitten dat twee lichte atomen plotseling één, iets zwaarder, atoompje worden. Omdat dus twee atomen fuseren tot één noemen we dit kernfusie en er komt nog véél meer energie bij vrij dan bij een reactie in een kerncentrale.

Sinds de jaren 40 van de vorige eeuw zijn mensen aan het proberen om dit idee ook te gebruiken om op aarde energie te kunnen maken. Er zijn veel voordelen aan het nadoen van de zon. Als brandstof gebruik je (een beetje) zeewater dus je hebt geen olie of steenkool meer nodig. Ook komen er geen afvalstoffen zoals CO2 bij vrij en draag je dus niet meer bij aan het broeikaseffect en klimaatverandering. Het probleem van kerncentrales is dat er radio-actief afval bij ontstaat wat heel lang veilig opgeslagen moet worden. Bij kernfusie is er echter vrijwel geen radio-actief afval. Eigenlijk is het dus de ideale manier om electriciteit te maken: schoon, veilig en zonder grondstofbeperkingen.

Dus waarom hebben we nog geen electriciteits centrales die op deze manier werken? Om fusie van atomen mogelijk te maken moet je op aarde de omstandigheden van de zon namaken. Dat wil zeggen: je moet een heel heet gas (we weten nu dat dit dus eigenlijk een plasma is)  maken wat honderden miljoen graden heet is. Dat is zelfs heter dan de zon die `slechts’ tientallen miljoenen graden heet is. In de foto hieronder zie een centrale waarin zo’n heet plasma gemaakt kan worden. We noemen zo’n centrale een `tokamak’ wat een Russische afkorting is, die eigenlijk niets meer betekent dan `donut vormige kamer’. Aan de linkerkant gebeurt er niets, de rechterkant is een foto waarop je wel een plasma ziet (de lichtgevende delen).

Waarom werken zulke reactoren nog niet? We kunnen eigenlijk al plasma’s maken waarin, net als in de zon, fusie tussen atomen optreedt. Maar er zijn wat problemen met het beheersen van zo’n super superhete plasma. Zo is er een warmtestroom door de wand van de kamer van tientallen MegaWatts per vierkante meter. Dat is héél erg veel, en bij de huidige technologie gaat de wand snel kapot.

Een ander probleem zijn de grote slingeringen van de temperatuur van zo’n plasma. Het blijkt dat een plasma een soort hartslag (dit noemen ze de zaagtand of `sawtooth’ in het Engels) heeft en een aantal keer per seconde krijgt het plasma een grote klap te verwerken die het plasma helemaal verstoort. Ik heb samen met een aantal collega’s aan dit probleem gewerkt en in mijn thesis laat ik in hoofdstuk 5 en 6 zien dat er eigenlijk relatief simpele methoden zijn om deze hartslag van het plasma te regelen. Hiervoor heb ik me laten inspireren door `pacemakers.’ Aangezien deze apparaatjes de hartslag van een mens kunnen veranderen zou het zomaar kunnen zijn dat hetzelfde idee ook voor een plasma kan werken. Het bleek dat als je m.b.v. een erg zware magnetron het plasma regelmatig een flinke klap geeft op een bepaalde plek dat je dan de tijd tussen de `hartslagen’ korter of langer kunt maken. Deze simpele methode bleek verrassend goed te werken in de praktijk (zie hoofdstuk 5 van mijn thesis) en in hoofdstuk 6 hebben we, met een heleboel wiskunde, laten zien wat de reden is dat dit soort methodes zo goed werken en hoe ze eventueel nog verbeterd zouden kunnen worden.

Ik hoop dat jullie door deze tekst wat beter begrijpen wat plasma’s en kernfusie zijn en waar een deel van de thesis over gaat.  In de volgende blog post ga ik meer uitleggen over mijn werk aan vloeistofstromingen en het mengen van vloeistoffen en hoe je dat verbetert. Er zullen een aantal filmpjes bij staan van echte experimenten zodat duidelijk is wat er gebeurt. Gaat dat zien!

N.B. Het hier besproken werk is gedaan in samenwerking met: Marco de Baar, Maurice Heemels, F. Felici, G. Witvoet, T.P. Goodman, G. Vandersteen, O. Sauter, M. Lennholm en de tokamak in Lausanne TCV (CRPP op EPFL). Het werk is niet alleen in mijn thesis gepubliceerd maar ook o.a. in het internationale tijdschrift `Nuclear Fusion’ waarin veel wereldwijde ontdekkingen op het gebied van kernfusie in besproken worden.

Geplaatst in Hall of fame, Innovatie | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Zondvloed 1: Reactie op Maarten Keulemans blog van 24 April.

Sinds Keulemans voor zijn boek Exit Mundi, Het einde van de wereld (2008) zich ging verdiepen in apocalyptische mythen begon hem “gaandeweg te dagen dat ons klimaatnarratief in zekere zin gewoon een constructie is, een voortzetting van het Bijbelse eindtijdverhaal met moderne middelen.” Het moderne verhaal resoneert volgens Keulemans “voor een ander, niet te onderschatten deel” met het culturele thema van de zondvloed.

Wat is de motivatie van Keulemans om het culturele canvas te introduceren? Hij geeft twee redenen. Ten eerste stelt hij vast dat in het klimaatdebat de nadruk ligt op korte termijn effecten, en ten tweede stelt hij vast dat de betrokkenen heftig reageren, hetgeen een indicatie is dat we te maken hebben met een diepe culturele betrokkenheid. In dit blog ga ik op deze motivaties in.

In het volgende blog zal ik beargumenteren dat het idee van een cultureel canvas voor de emotionele reacties in dit debat helemaal niet slecht is, maar dat Keulemans veel te vooringenomen en te eenzijdig argumenteert. Suggereren, zoals Keulemans doet dat er een diepe culturele betrokkenheid aan de reacties ten grondslag ligt, EN dat die betrokkenheid ingegeven door dan zou zijn door een bijbels schuldbesef is het antwoord geven voor dat de vraag is gesteld, voordat de methode is uitgewerkt, en voordat de analyse is gedaan.

Laat ik beginnen met de vermeende nadruk op abrupte, heftige veranderingen

De resonantie met het zondvloed verhaal “blijkt” volgens Keulemans uit vermeende inconsistenties in “het” hedendaagse verhaal. “Zo ligt de nadruk veel sterker op de nadelen dan op de voordelen die de opwarming óók met zich meebrengt; benadrukken we de abrupte, heftige verschijnselen op de korte termijn in plaats van de eeuwen en millennia waarover klimaatverandering zich afspeelt; en ligt in de voorstellingen van klimaatverandering onevenredig veel nadruk op zeespiegelstijging.” Keulemans zal me wellicht van haarkloverij betichten, maar om tot deze uitspraak überhaupt te komen moet, impliciet, de volgende analyse uitgevoerd zijn:

  • Een selectie van de beschouwde bronnen moet worden gedaan die definiëren wat “het hedendaagse verhaal” is.
  • Uit deze bronnen moet worden geturfd hoe vaak de nadruk op zeespiegelstijging of korte abrupte effecten wordt gelegd, en dat dan vergelijken met het totaal van de genoemde effecten in de bronnen.
  • Deze verhouding moet vergelijken worden met een norm.

Het betreft een opeenstapeling van keuzes. Wat is “het verhaal?” De consensus in de klimaatwetenschap? De gehele peer-refereed klimaatwetenschap? Of horen klimaatsceptische verhalen en klimaatactivisme ook bij “het” hedendaagse verhaal? Dat maakt nog al wat uit. En wat te denken van de definitie van abrupt? Om het maar op het punt te brengen: abrupt in relatie tot welke tijdsschaal? En wat is de norm?

Het behoeft geen betoog: als je een dergelijk procedure uit zou voeren, dan zou de uitkomst zeer arbitrair zijn. Afhankelijk van de gekozen norm, selectie en definitie van abrupt kun je uit zo’n analyse echt alles laten komen. -Daarom is het eigenlijk ook essentieel om deze grootheden expliciet te benoemen- .

Daarmee is Keulemans eerste motivatie voor het zondvloedverhaal als cultureel canvas komen te vervallen.

Ik hecht er aan om te benadrukken dat Keulemans echter in het geheel geen kaders stelt. Het lijkt er daarom op dat hij ook helemaal geen analyse gedaan heeft. Het lijkt er op dat hij zijn notie dat de abrupte, heftige verschijnselen op de korte termijn benadrukt worden, heeft hij geformuleerd als een feitelijk statement. Als ik ongelijk heb, dan hoor ik dat graag.

Het tweede argument betreft de heftigheid van reacties. Keulemans vervolgt zijn betoog met: “Als het over klimaatverandering gaat, reageren de betrokkenen vaak erg emotioneel. Dat is vaak een aanwijzing dat hier iets gaande is dat raakt aan onze diepe culturele identiteit.”

Ook hier is Keulemans niet specifiek. Welke betrokkenen reageren emotioneel? De technolfiele klimaatwetenschappers? De klimaatbeleidsmakers? De klimaatsceptici? De klimaatactivisten? Allemaal? De reaguurders op geenstijl en in de telegraaf? En hoe reageren ze dan precies? En waarom reageren ze zo emotioneel? De betrokkenen en hun reacties worden niet beschreven door Keulemans.

Hoe dan ook, Keulemans vindt duiding van de emotionele reacties relevant zeer relevant voor klimaatwetenschappers. “Maar vertel dat maar eens aan de klimaatwetenschap. Onderzoekers van het klimaat zijn in de regel bèta’s, mensen die niet vertrouwd zijn met sociale constructies of het inzicht dat wat we waarnemen altijd deels mensenwerk is (zelf ben ik er als cultureel-antropoloog en sociaal-historicus wat meer aan gewend).”

Dit statement is echt volkomen bizar, en was ook de reden van mijn kribbige tweets! Als er een groep wetenschappers is overgeleverd aan grote emoties, scheldkanonnades, rechtszaken, e-mail hacking, en continue verdachtmakingen van wetenschapsfraude, misbruik van belastinggelden, het nastreven van een linkse superstaat en nog erger, dan zijn het wel de klimaatwetenschappers. Boeken zijn volgeschreven over de terreur die klimaatwetenschappers zich moeten laten welgevallen, en de onjuiste informatie die (bewust!!!) wordt rondgepompt. De godganselijke dag zijn deze mensen het slachtoffer van zeer onfrisse sociale constructies die plaatsvinden op zielige websites waar iedereen die in zijn toetsenbord kan graaien zich het recht op een complottheorie opeist!

En Keulemans wil dat klimaatwetenschappers zich bewust worden van sociale constructies.

Om het maar expliciet te maken …Als mijn e-mails zouden worden gehackt, en –bewust onjuist- zouden worden gebruikt om een hele community te discrediteren, dan zou ik boos reageren. Heeft dat iets met het Zondvloedverhaal te maken? Nee! Als mijn werk continu door vage denktanks verdacht zou worden gemaakt, dan zou me dat raken. Heeft dat met de zondvloed te maken? Nee. Als mijn collega’s in senaatscommissies hun academische vrijheid moeten verdedigen, dan zou ik woedend worden. Zondvloed? Nee! Als de Telderstichting (het wetenschappelijke bureau van de VVD) een rapport over het klimaat uitbrengt, waarin alleen sceptici aan het woord komen, en geen klimaatdeskundigen, dan reageer ik emotioneel. Geen van de emotionele reacties zou ik willen herleiden op “gevalletjes zondvloed” maar op frustraties over knalharde politieke power play! En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Dus als Keulemans vindt dat het zondvloedverhaal een canvas is waarop de emoties van klimaatwetenschappers worden geschilderd, dan overtuigt hij me niet.

Hoe dan ook, het punt dat Keulemans eigenlijk wil maken is dat we het klimaatprobleem te sterk definiëren als functie van onze menselijke zondigheid. Dat schiet niet op en staat tussen ons en rationele oplossingen in. Omdat aan te tonen linkt Keulemans naar een –inderdaad boeiende- lezing van Mike Hulme. Volstrekt rationeel dist Hulme feitenmateriaal op, dat hij dan vertaalt in mogelijke haalbare beleidsmaatregelen. Hoe komt Hulme aan deze kennis? Heel simpel: Hulme rijpt terug op het feitenmateriaal uit de klimaatwetenschap.

“Een verfrissend geluid, in het technocratische en technofiele wereldje van het klimaatonderzoek,” vindt Keulemans. ”Een verfrissend geluid dankzij de input van het technocratische en technofiele wereldje van het klimaatonderzoek,” vind ik.

Geplaatst in Politiek correct, Reflectie | Tags: | Een reactie plaatsen

Zondvloed (0)

Op 23 April, tijdens een vergadering van alle directeuren van Europese kernfusieonderzoeksinstituten in Parijs, werd Tony Donne benoemd tot uitvoerend directeur van het Europese kernfusieprogramma. Dat is een geweldige baan –in termen van uitdaging- en een hondenbaan –in termen van belasting en reis,- en werktijd! Om belangverstrengeling te voorkomen wilde Tony zelf niet stemmen tijdens de vergadering, en was ik aanwezig om FOM DIFFER te vertegenwoordigen.

Ik was enorm blij voor, en heel trots op Tony. ’s Avonds, bij het diner, vloeide de wijn. En ook na de meeting, ’s middags op de 24e, dronken Tony en ik tegenover het Gare du Nord nog een biertje op zijn succes. Daarna ging ik met de trein naar Aken, en pakte ik de auto om naar de Bilt te rijden. Mijn vader zou de volgende dag zijn verjaardag vieren, en mijn broer en diens partner waren ingevlogen uit Curaçao. Ondanks dat mijn vrouw was thuisgebleven met rugklachten, was het diner op de 25e heel gezellig.

My spirits were up, en ondanks het tijdstip, besloot ik na afloop nog even op mijn hotelkamer te surfen. Ik volg de blogs van Hassnae Bouazza, Peter Breedveld, Jona Lendering en Bart Verheggen regelmatig, waarna ik een rondje traditionele pers doe: NRC, BNR, Trouw en de Volkskrant.

Op de web editie van de Volkskrant kwam ik dit stuk van Maarten Keulemans tegen … Het stuk zelf stoorde mij en to add insult to injury werd ook nog een artikel aan in de zaterdageditie van de Volkskrant aangekondigd “dat zo belangrijk is” volgens Keulemans dat hij het “persoonlijk bij u in de bus wil brengen.”

Direct stuurde ik Keulemans een paar zure (mea culpa) tweets om mijn onvrede te uiten. Ik liet mij zelfs een “OMG” ontvallen, en sneerde over een culturele antropoloog die “ook een mening heeft over het klimaat.” Keulemans, op zijn beurt, positioneerde mij als een knalharde bèta die niet kan omgaan met sociale constructies. “Eerstejaars college filosofie” voegde Keulemans aan zijn tweets toe om mij mijn plaats te wijzen. Discussies op twitter hebben de neiging hebben om te ontsporen (mea culpa!) en ik wil echt niet in fitties belanden.

De geesteswetenschappen interesseren me juist zeer, en ik vind de culturele aspecten van wetenschap heel spannend. Met groot enthousiasme heb ik colleges filosofie gevolgd (For the record: niet alleen de eerstejaars vakken. Ik heb zelfs een invited lecture gehad op een grote filosofie conferentie) en ik wil simpelweg niet weggezet worden als een typische bèta met dedain voor de geesteswetenschappen. Ik liet het bij de belofte om op de stukken te reageren, waarop Keulemans positief reageerde.

Maar natuurlijk wist ik toen al dat Tony’s vertrek gevolgen zou hebben voor mij. Maarten, neem het me niet kwalijk: Ik heb gewoon niet eerder de tijd gevonden. Sinds 26 april reis ik door Europa met een verfomfaaide Volkskrant in mijn tas, met de ambitie “om nou eens echt vanavond” de reactie te schrijven. Een bizarre treinreis naar Wendelstein 7-X maakte het mogelijk om mijn reacties op papier te zetten.

Deze reacties (3 blogs) laten zich als volgt samenvatten

  1. Keulemans slaagt er niet in om overtuigend de relatie tussen oplopende emoties in het klimaatdebat en het zondvloedverhaal te leggen. Dat komt omdat hij zich niet ingaat op het feitenmateriaal.
  2. Keulemans maakt geen duidelijk onderscheid tussen klimaatwetenschap, klimaatbeleid en klimaat activisme. Dit leidt tot onduidelijkheden (en onjuistheden?) in zijn verhaal
  3. Keulemans kent het zondvloedverhaal niet, en duidt de invloed van het zondvloedverhaal op het klimaatdebat precies verkeerd.
  4. Keulemans beperkt zich tot mensen die zich zorgen maken over het klimaat. Dit lijkt logisch als je het zondvloedverhaal uitroept tot het canvas, maar is dat ook wel zo logisch? En zijn er andere canvassen mogelijk, en zo ja, hoe werken die uit?
Geplaatst in Politiek correct, Reflectie | Tags: | Een reactie plaatsen

Liefde op het tweede gezicht. Een bezoek aan Greifswald en de Stellarator Wendelstein 7X

Vorige week ging ik op werkbezoek in Greifswald, bij het grote Duitse kernfusieexperiment Wendelstein 7X. Een paar observaties…

Met de trein vertrok ik van Aken naar Greifswald. De aansluiting in Keulen was 90 minuten (!) vertraagd, wegens “onvoorziene technische problemen”. Vlak voor de trein Hbf Köln kwam binnenrollen, werd aangekondigd dat de trein slechts reed tot aan Hamburg. Daar moesten we een nieuwe aansluiting zoeken, zo werd gemeld.

Zonder te klagen –ik klaag bijna nooit- stapte ik in. Er was geen wifi. Na 10 minuten werd mijn kaartje gecontroleerd. Wat ik in deze trein deed? wilde de conductrice weten. Het was toch immers duidelijk dat ik veel beter over Berlijn had kunnen rijden? Deutsche Bahn is 90 minuten te laat, maar de klant –op tijd was, met kaartje, en vriendelijk- moet “belehrt” worden. “In Dortmund moet u (Sie!) overstappen” beet ze me toe. “Op de trein naar Berlijn, zoals was aangekondigd.” Zelfs ik –en dat komt echt bijna nooit voor- schoot uit mijn slof.

Ik was nog niet uitgestapt in Dortmund, of er werd aangekondigd dat de trein naar Berlijn vertraagd was. Toen ik uiteindelijk die trein had, verliep de reis vlot. In Berlijn had ik een klein uurtje om even wat te eten. Het laatste stuk van de reis, van Prenzlau tot Greifswald, is ronduit mooi met glooiende velden, vogels en meertjes die door de ondergaande zon met een plezierig warm palet waren geschilderd…

Greifswald is een klein stadje met ongeveer 60 duizend inwoners. De lokale universiteit heeft 10 duizend studenten. Het was een welvarende Hanzestad, waarin succesvolle handelaren monumentale panden bouwden. Na de Wiedervereinigung bevonden deze panden zich allemaal in een deplorabele toestand. Dat lag niet aan de oorlog…

M’n taxichauffeur vertelde me dat het stadje tijdens de oorlog volledig was gespaard, omdat de lokale commandant Rudolf Petershagenen de Rector Carl Engel (beide nazi’s) persoonlijk op de Russische troepen zijn afgereden en een overgave onderhandelden. Het buurdorpje, Anklam , had dit geluk niet en is door de Russen met de grond gelijk gemaakt.

Maar de SED vond de gebouwen bourgeois. Sinds de 2e wereldoorlog tot de Wiedervereiniung is er, uit puur politieke motieven, geen onderhoud gedaan aan de panden in de hoop dat deze volledig zouden verpauperen. De Russen lieten de huizen staan, maar Honnecker heeft geprobeerd om alsnog Greifswald te vernietigen, smaalt mijn chauffeur. En inderdaad.. mooi is de stad niet. Er is veel gerestaureerde plattenbau en een paar grote kerken domineren het beeld. Liefde op het eerste gezicht zal het nooit worden.

De volgende dag heb ik een uitgebreide discussie met Robert Wolf, een van de directeuren van het instituut. Het is een zeer boeiend relaas van een project dat in 1996 is gelanceerd, in 1998 is aangenomen. Het project is daarna in een uiterst moeilijke fase terecht gekomen. Uitstekend management, opgezet in nauwe samenwerking met de Bond, gaf het management uiteindelijk weer grip op haar processen (daarover later meer), en leidde ertoe dat het project gered kon worden.

De assemblage van Wendelstein is nu klaar, het vat wordt vacuum gepompt en er worden lektests uitgevoerd. Het ziet er erg goed uit, en begin volgend jaar zal het eerste plasma van Wendelstein 7X een feit zijn. Heel spannend allemaal. Het plasma in een stellerator is intrinsiek stabiel (i.t.t. plasma’s zoals die in tokamaks worden opgesloten). De prijs die daarvoor betaald wordt is de complexiteit van het design. Hieronder een plaatje van het Wendelstein plasma, en de spoelen (allemaal supergeleidend!) die daarvoor nodig zijn.

Wendelstein 7X plasma met supergeleidende spoelen

Wendelstein 7X plasma met supergeleidende spoelen

’s Middags gaf ik een presentatie over het regeltechnische werk dat FOM en de TU/e uitvoeren. Goede vragen. Na afloop had ik een zeer boeiende discussie met Andreas Dinklage, een specialist op het gebied van plasmameetsystemen. Hij wil het diagnostisch park voor DEMO in een geïntegreerd model beschrijven, om daarna het diagnostisch park te optimaliseren in termen van beschikbare informatie.

’s Avonds nam Robbert me mee naar de zeilclub, waar hij iedere week een kleine snelle catamaran huurt om te zeilen in de in de Dänische Wiek, de monding naar de Ostsee. De zeilclub was zo relaxt als ik me dat van Curaçao kan herinneren. Voor een oude boerderij staan wat stoeltjes met kussens. De boten liggen klaar. De zeilen liggen op planken in de aanpalende schuur. De eigenaar van de club was niet aanwezig, maar dat was geen probleem. Als je van te voren hebt gebeld, mag je jezelf bedienen.

De zeilschool in Greifswald

De zeilschool in Greifswald

Ik wurmde me in een neopreen pak, en zeilde heerlijk anderhalf uur met Robert en zijn dochter. Na afloop, was de eigenaar er nog steeds niet. Er was geen douche, maar een slang met enkel koud water. Heerlijk eenvoudig en daardoor puur. Tijdens de rit terug zie ik de stad met andere ogen. Liefde op het tweede gezicht blijkt mogelijk: Er zijn veel restaurantjes en studentenkroegjes aan de rivier Ryck. Op een mooie zomeravond ziet het er heel charmant uit. De laatste jaren is Greifswald als badplaats en als watersportlocatie in opkomst. Er zijn liggen mooie oude zeilboten en zijn veel watersporttoeristen op de been. Het is gezellig, maar nergens is het luid of schreeuwerig.

Dit zijn niet wij, maar het is wel hetzelfde type boot. Heerlijk was het!

Dit zijn niet wij, maar het is wel hetzelfde type boot. Heerlijk was het!

De volgende dag nam ik de trein terug. Eerst met het boemeltje naar Rostock, en dan overstappen op de trein naar Keulen. In Hamburg werd de trein uit roulatie genomen “wegens onvoorziene technische problemen,” en moest iedereen overstappen op een onaangekondigde vervangingstrein. Natuurlijk klopten alle reserveringen niet meer. Met ruim twee uur vertraging kwam ik aan in Aken.

Reizen met het spoor is het laatste avontuur in Duitsland wordt wel eens gezegd.

Hoewel ik kan beamen dat het spoor zeker niet tot stressvrij reizen leidt, ben ik daar niet van overtuigd. Ik denk dat het oude Oost-Duitsland zich nu pas echt begint te ontwikkelen en dat er nog heel veel avonturen te beleven zijn en dat er nog veel te ontdekken valt, voor toeristen en voor fusiewetenschappers.

Geplaatst in Hall of fame, Nooit meer slapen | Tags: , , , , | 1 reactie

Ring van wetenschapsfraudeurs ontdekt.

Veel beta’s deden de recente gevallen van wetenschapsfraude af als een probleem van de geesteswetenschappen. ‘Onze’ vakken zijn zo ingekaderd door de empirie en natuurwetten, dat fraude bijna niet mogelijk is, zo redeneren veel van mijn collega’s. Een voorbeeld van een groot fraudegeval uit de natuurkunde werd terzijde geschoven als een interessant freak-accident.

Het idee dat fraude makkelijker in de geesteswetenschappen zou plaatsvinden is echter erg naief! Het wordt gevoed door de notie dat fraude alleen kan plaatsvinden aan de start van de keten, het analyseren van de data en het schrijven van het artikel. Maar fraude kan worden gepleegd in het hele proces: data-aquisitie, schrijven, artikel aanbieden, en refereeing.

Peer-reviewing is het systeem dat wetenschappers benaderd worden door journals om het werk van hun peers te beoordelen. Dit werk is vaak een publicatie die ter plaatsing is aangeboden bij het journal, maar het kan ook om voorstellen gaan. Vaak vindt peer-reviewing single blind plaats. Dat wil zeggen: de referee weet wel de namen van de auteurs, maar de auteurs weten niet wie de refrees zijn. Er zijn goede argumenten te geven voor waarom het proces zo is opgezet, maar blind reviewing biedt kansen voor identiteitsfraude. En er zijn wetenschappers die in gat springen, zo blijkt.

Er waren al wat individuele gevallen, zoals de Koreaanse wetenschapper Hyung-In Moon refereede zijn eigen papers met fake-identities. De verzonnen peers waren natuurlijk erg onder indruk van Moons werk. Een andere opmerkelijke affaire was het hacken van het computer systeem van Elsevier om de database met e-mail accounts te vervuilen.

Na deze eerdere berichten over individuele wetenschappers die het systeem van peer-reviewing probeerden te omzeilen, is er nu voor het eerst aangetoond dat dat een journal slachtoffer is geworden van georganiseerde fraude, gepleegd door een ‘ring‘ van wetenschapsfraudeurs. Het Journal of Vibration and Control (JVC) heeft aangekondigd 60 papers terug te trekken.

JVC publiceert artikelen over “Analytical, computational and experimental studies of vibration phenomena and their control. The scope encompasses all linear and nonlinear vibration phenomena and covers topics such as: vibration and control of structures and machinery, signal analysis, aeroelasticity, neural networks, structural control and acoustics, noise and noise control, waves in solids and fluids and shock waves.” De fraude kon dus plaatsvinden ondanks de knalharde scope van het journal.

Ik heb er al vaak op gewezen, maar u moet me toestaan dat ik mijn stokpaardje nog eens berijd. Fraude is van alle tijden, en komt in alle (!) vakgebieden voor. We moeten ons hoeden voor onfundeerde zelfverzekerdheid, die leidt tot passiviteit in de aanpak van fraude. Heel belangrijk hierbij zou een discussie over de praktijk van het blind-refereeing moeten zijn.

Om maar de knuppel in het hoenderhok te gooien: ik zou er geen moeite mee hebben als de auteurs van een artikel zouden horen dat ik hun referee ben, of dat zelfs mijn refereerapport met mijn naam zou worden gepubliceerd als bijlage achter de publicatie.

Geplaatst in Hall of shame, Reflectie | Tags: , | 1 reactie

Interview met Jelmer Renema in NRC

Op zaterdag 3 mei 2014 verscheen een interview met Jelmer Renema naar aanleiding van zijn stuk op activescience. Het interview werd gedaan door Margriet van der Heijden en verscheen in de wetenschapsbijlage van het NRC. Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

Op wetenschap is een lachspiegelmodel van de vrije markt losgelaten

Een tijdje geleden stuurde de Leidse natuurkundepromovendus Jelmer Renema met zijn begeleider een artikel naar Physical Review Letters (PRL). Ze hadden een heel stel metingen aan een materiaalmonster uitgevoerd en met grote nauwkeurigheid een effect gevonden. Na alle mitsen en maren te hebben afgewogen, waren ze ervan overtuigd dat het resultaat klopte en gepubliceerd kon worden.

Maar de referee van het degelijke, prestigieuze PRL was streng. Hij wilde pas publiceren als Renema en zijn begeleider de meting nog eens hadden overgedaan met een ander monster.

„Zo merkte ik plotseling hoe wetenschappelijke belangen en carrièrewensen door elkaar kunnen gaan lopen. Wat zou het voor mijn promotie betekenen als ik toch ineens een afwijkend resultaat vond?”

„Gelukkig klopte de tweede meting precies, maar het zette me aan het denken. Vond ik de twee metingen ook nog overeenstemmen bij een afwijking van 3 procent? Of 5 procent? 10 procent? Hoe had ik in zo’n geval gehandeld?”

Kortom, Renema is blij dat de wetenschappers van Science in Transition de discussie zijn aangegaan over die machtige en dolgedraaide carrousel van publiceren, citeren, carrière maken, publiceren, citeren enzovoorts.

Alleen: Science in Transition gaat niet ver genoeg, zo schreef hij vorige week in een blogpost.

De echte vraag is: waaróm draait het systeem dol? Vindt Renema, die behalve fysicus ook actief PvdA-lid is en mede daarom geïnteresseerd in wetenschapsbeleid. „Mijn antwoord daarop is dat op de wetenschap, net als op veel andere publieke diensten, een soort lachspiegelmodel van de vrije markt is losgelaten. Het idee is dat het beste resultaat vanzelf komt bovendrijven als je mensen in harde competitie de strijd om beschikbare middelen laat aangaan.” Met prijzen en privileges – geen onderwijsverplichting meer, bijvoorbeeld – wordt die competitie daarna verder aangewakkerd.

Maar Renema gelooft niet dat je zo het beste in mensen naar boven haalt. Hij ziet de frauderende bankier Bernie Madoff die op geld joeg, en de frauderende Diederik Stapel die aanzien nastreefde, als producten van op vergelijkbare manieren dolgedraaide systemen.

Het zijn systemen waarin het middel, vrije competitie, wel helder is gedefinieerd, maar het doel niet. „Dat is het probleem. Niemand – ook Science in Transition niet – vraagt: wat moet dat dan zijn, dat beste resultaat dat boven komt drijven? Waaraan moet het voldoen? Welke rol speelt wetenschap in de samenleving?”

Zolang Science in Transition die vragen niet stelt, en het de aannames van het systeem niet benoemt, maak het zichzelf kwetsbaar, vindt Renema. „Bestuurders zullen de kritiek aangrijpen om het dolgedraaide systeem in bedwang te houden met nog meer regeltjes en controlemechanismen.”

En de bureaucratie is al enorm. „Universiteitsbestuurders leggen al jaren alsmaar meer regels op. Stel bijvoorbeeld dat mijn begeleider, met een uitstekende naam, iets voor zijn lab wil aanschaffen. Dat kan alleen als hij eerst iemand anders vindt, verderop in de gang bijvoorbeeld, die wil bevestigen en tekenen dat hij zus-of-zo inderdaad nodig heeft en gaat kopen – zelfs al zijn het wat schroeven. Anders is het niet transparant, vinden de bestuurders.”

Die eindeloze controle werkt contraproductief, constateert Renema. „Het leidt tot cynisme. Tot een houding: als wij doen alsof we luisteren, dan kunnen zij doen alsof ze de baas zijn. Terwijl je eigenlijk samen zou willen nadenken over de vraag waarom wetenschap belangrijk is en hoe de wetenschap de maatschappij kan dienen.”

Dit is de zestiende aflevering van een interview-reeks over de toestand van de wetenschap. Reacties of ervaringen kunt u, eventueel vertrouwelijk, sturen naar: onrust@nrc.nl

LEES MEER

Uit nrc.next van 3 mei 2014

Uit NRC Handelsblad van 2 november 2013

Uit NRC Handelsblad van 9 november 2013

Uit NRC Handelsblad van 4 januari 2014

Uit NRC Handelsblad van 6 november 2013

toon meer gerelateerde artikelen

Geplaatst in Politiek correct, Reflectie | Een reactie plaatsen

Twee psychologen van de UvA moeten artikel terugtrekken

Een wetenschappelijk artikel van hoogleraar sociale psychologie Jens Förster van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en zijn collega Markus Denzler moet worden teruggetrokken vanwege vermeende manipulatie met onderzoeksgegevens. In de data van Förster komen structuren voor die statistisch zeer onwaarschijnlijk zijn.

Het college van bestuur van de UvA heeft nog geen sanctie aan Förster opgelegd, die per 1 juni 2014 voor vijf jaar aangesteld zou worden aan de Ruhr-universiteit van Bochum als ‘Humboldt-professor’ met een beurs van 5 miljoen euro.

Hier de link naar het artikel in NRC.

Het interessante is dat Förster zich nu heeft geuit. Zijn reactie is integraal overgenomen op retractionwatch. Zijn claim is op zijn zachts gezegd spannend. Förster geeft toe dat de data statistisch onwaarschijnlijke structuren vertonen, maar ontkent dat hij enige datamanipulatie heeft uitgevoerd. Hij geeft toe dat hij de oorspronkelijke data heeft weggegooid, maar benadrukt dat hij dit pas deed na meer dan vijf jaar nadat zijn experiment was uitgevoerd, en na consultatie van “iemand met kennis van de archiveringswetten in Nederland.”

En Förster wijst op een simpel, zeer relevant, feit. Zijn experiment is gereproduceerd door anderen. Derhalve heeft zijn artikel haar waarde niet verloren, zo argumenteert hij. Ik denk dat dit een argument is waar juristen niets mee kunnen. Daarbij zet Förster nu -waarschijnlijk onbedoeld- de schijnwerpers op de onderzoekers die zijn experimenten reproduceerden. Hopen dat zij de data niet hebben weggegooid! Heel interessant om te zien waar dit naar toe gaat.

Geplaatst in Hall of shame, Reflectie | Tags: , , | 2 reacties